Laster: De NKT is een afsplitsing van de FPMT

Waarheid: De NKT is geen afsplitsing van de FPMT. Geshe Kelsang werd niet door Lama Yeshe en Lama Zopa maar door zijn (en Lama Yeshe's) Leraar, Kyabje Trijang Rinpoche, in 1977 gevraagd om de residentieel leraar van het Manjoeshri Instituut te worden.

Dit is in het openbaar gezegd door zowel Geshe Kelsang als door Lama Zopa. De laatste zei dat hij en Lama Yeshe allebei wilden dat Geshe Kelsang de Leraar zou zijn, maar Lama Yeshe had het gevoel dat een verzoek alleen succesvol zou zijn als het kwam van Trijang Rinpoche. Geshe Kelsang heeft later gezegd dat hij op dat moment zelfs niet van het bestaan van de FPMT afwist en antwoordde op een verzoek van zijn Leraar.

De oorsprong van zowel de FPMT als de NKT zijn de leringen van Trijang Rinpoche, omdat hij de voornaamste leraar was van zowel Lama Yeshe, de stichter van de FPMT, als Geshe Kelsang. Dit is waar de overeenkomst eindigt. Als u de presentatie van de leringen van beide tradities vergelijkt, en de interne organisatie en politiek, zijn zij behoorlijk verschillend. De NKT is geen afsplitsing van iets, maar een voorzetting van de hoofdstroom van de Gelugpatraditie.

Geshe Kelsang's woorden, Santa Barbara VS, 2 februari 1996

“Toen ik in India was, ontving ik een uitnodiging van het Manjoeshri Instituut in Engeland via Lama Yeshe die een erg dierbare vriend van mij was in Tibet. Hij en ik kwamen van hetzelfde klooster in Tibet en wij hadden dezelfde Leraar. Hij schreef me en verzocht me om alstublieft naar Engeland te gaan en Dharma-onderwijs te geven. Ik ontving deze uitnodiging, maar gaf gedurende twee maanden geen antwoord. Op dat moment was het moeilijk voor mij om ja te zeggen vanwege bepaalde verplichtingen aan de locale Tibetanen en ik dacht ook hoe ik les zou kunnen geven als ik geen Engels kon spreken. Ik had geen zelfvertrouwen. Lama Yeshe was erg slim; hij bezocht mijn Kerngoeoroe Kyabje Trijang Rinpoche en verzocht hem mij te vragen naar Engeland te gaan om Dharma te onderwijzen. Hij wist dat als mijn Kerngoeroe mij zou vragen ik dan zou instemmen om te gaan.

Ik ontving een brief van Kyabje Trijang Dorjechang waarin gezegd werd dat ik deze uitnodiging om naar Engeland te gaan zou moeten accepteren om tenminste drie onderwerpen te onderwijzen – Shantedeva's Gids tot de levenswijze van een Bodhisattva, Chandrakirti's Gids tot de middenweg en Lamrimleringen – en dan zou ik naar India kunnen terugkeren. Ik ging naar hem toe om hem te zien en vroeg hem precies of ik in staat zou zijn mensen van voordeel te zijn en of er goede resultaten zouden zijn. Hij gaf me veel aanmoediging en gaf vele voorspellingen dat er grote resultaten zouden zijn. Dus ik was erg gelukkig en accepteerde het. In 1977 kwam ik aan in Manjoeshri Instituut in Engeland. Het was een erg groot oud huis met misschien 10 tot 15 bewoners. Het was erg stoffig en vuil, en erg koud. Voor mij was het erg ongewoon.

Kort nadat ik was aangekomen begon ik Gids tot de levenswijze van een Bodhisattva te onderwijzen wat bijna een jaar duurde. Toen gaf ik uitgebreide lamrimleringen en daarna onderwees ik Gids tot de middenweg. Dus het duurde bijna drie jaar om mijn verplichtingen te vervullen en ik was erg gelukkig om terug te keren naar India. Mijn  Kerngoeroe Trijang Rinpoche was daar en hij was erg oud; mijn moeder en mijn vele spirituele vrienden waren daar. Lama Yeshe accepteerde mijn terugkeer naar India ook, dus ging ik bijna terug naar India. Maar toen verzochtten de mensen van de gemeenschap van het Manjoeshri Instituut me dringend om te blijven. Zij maakten vele beloften, waarbij ze zeiden dat ze zuiver zouden oefenen, verantwoordelijkheid op zich zouden nemen voor wat ik maar wilde en mijn wensen zouden respecteren. Iedereen tekende een brief om mij te verzoeken te blijven en sommigen huilden. Lama Yeshe's uitnodiging was tot een eind gekomen, maar er was een nieuwe uitnodiging van de gemeenschap; nu veel groter met ongeveer 40 tot 50 studenten. Iedereen tekende deze uitnodiging met veel beloftes. Dus accepteerde ik het. Vervolgens werd ik geleidelijk aan een onderdaan van de Engelse Koningin. Later hoop ik haar minister te worden zodat ik het Tibetaanse volk kan helpen hun vrijheid te krijgen! Ik maak maar een grapje. Dit is mijn verhaal.”