Laster: Geshe Kelsang Gyatso heeft Manjoeshri Instituut van de FPMT gestolen

Waarheid: Geshe Kelsang was de eerste Residentiele Leraar van Manjoeshri Instituut. Hij accepteerde later Lama Yeshe's verzoek om terug te treden en maakte plannen om naar India terug te keren en om vervolgens in Madhyamaka Centrum (dat Geshe Kelsang onafhankelijk van de FPMT had gesticht) in York te gaan wonen. De gemeenschap van Manjoeshri Centrum verzocht hem echter om te blijven.

De gemeenschap van Manjoeshri Instituut wenste hun gebouw, Conishead Priory, te redden van de verkoop om geld te verkrijgen voor verdachte zakentransacties in Hong Kong. Dit betekende dat zij zich af moest scheiden van de FPMT. Aan de andere kant wensten zij dat Lama Yeshe zou blijven als hun Spirituele Directeur. Na voortdurende discussies over hoe het probleem op te lossen, waar ook twee vertegenwoordigers van de dalai lama bij waren betrokken, besloten de managers van het Instituut - toen de 'Priory Groep' genoemd - om stappen te ondernemen om Manjoeshri Instituut van de FPMT af te scheiden.

Er waren drie voornaamste redenen hiervoor:

1) FPMT managers hadden ernstige illegale handelingen uitgevoerd wat publiekelijk bekend was onder veel mensen in Dharmacentra;

2) FPMT managers wilden het gebouw van Manjoeshri Instituut verkopen; en 

3) hoewel volgens zijn constitutie wettelijk alles van het Centrum toebehoorde aan slechts vier mensen, werd in werkelijkheid al het werk om het Centrum te ontwikkelen door de gemeenschap gedaan en niet door deze vier.

Uiteindelijk werd er een wettelijk bindende overeenkomst gemaakt die werd ondertekend door de vertegenwoordigers van de FPMT, Geshe Kelsang, de Priory Groep en de vertegenwoordigers van de gemeenschap. Een deel van de overeenkomst was om te bevestigen dat Lama Yeshe de Spirituele Directeur van Manjoeshri Centrum was.

De gehele gedetailleerde geschiedenis van Manjoeshri Instituut gedurende deze jaren is opgetekend door drie betrouwbare getuigen die deel uitmaakten van wat er plaats vond.

 

De geschiedenis van Manjoeshri Instituut


De volgende informatie is verschaft door Charles ‘Chip’ Rodarmor (Directeur van Manjoeshri Instituut 1981-1983, aangesteld door Lama Yeshe), Roy Tyson (Secretaris van Manjoeshri Instituut 1976-1983, Directeur van Manjoeshri Instituut 1983-1992) en Jim Belither (Opleidingsprogrammacoördinator van Manjoeshri Instituut 1980-1987).

Het doel van het geven van deze informatie is om onbegrip en verkeerde informatie tegen te gaan.


Eind 1974 keerde Peter Kedge en Harvey Horrocks, studenten van Lama Thubten Yeshe en Lama Thubten Zopa Rinpoche, die waren gevestigd in Kopan Klooster in Nepal, terug uit Nepal met de intentie om een Dharmacentrum in het Verenigd Koninkrijk te ontwikkelen dat ‘Manjoeshri Instituut’ genoemd zou worden. Zij namen contact op met een aantal mensen van overal in het land, inclusief diegenen die in Kopan waren geweest, en in 1975 begon een kleine groep mensen die geïnteresseerd was in boeddhisme, met name Tibetaans boeddhisme, zich te ontwikkelen in de Londense regio. Deze groep omvatte Dennis Heslop, Roy Tyson, James Belither, Peter Baker, Monique Berghok, Lawrence Williamson en Anton McKeown.

Lama Yeshe en Lama Zopa werden uitgenodigd om een korte cursus te geven in het Royal Holloway College buiten Londen in september 1975 en het volgende jaar werd Geshe Rabten uitgenodigd om lezingen te geven in het Pangbourne College in Berkshire.

In 1976 vonden Harvey Horrocks en anderen het gebouw Conishead Priory, nabij Ulverston in Cumbria, en na toestemming van de gemeente te hebben gekregen om het gebruik ervan te veranderen, gingen zij het contract aan om het gebouw voor in totaal £70.000 te kopen en te betalen in drie termijnen over vier jaar.

Sommige leden van de groep verhuisden in augustus 1976 van de Londense regio naar Conishead Priory. Het gebouw was groot maar in erg slechte conditie, met lekkende daken en droge rot, geen verwarming en een zeer beperkte toevoer van gas en elektriciteit.

In juli 1976 werd Manjoeshri Instituut wettelijk opgericht als een liefdadigheidsinstelling met vier Trustee’s – Lama Yeshe, Peter Kedge, Harvey Horrocks en Roy Tyson – en Lama Yeshe als Spirituele Directeur. Wettelijk hadden deze vier trustee’s volledig eigendomsrecht en controle over Manjoeshri Instituut. Echter, in werkelijkheid werd praktisch alles gecontroleerd door de managers van de Stichting voor het Behoud van de Mahayana Traditie (FPMT) die Lama Yeshe in Kopan Klooster had opgericht (maar die pas veel later formeel werd geïncorporeerd). Dit kwam omdat van de vier Trustee’s Lama Yeshe de meeste autoriteit had en Peter Kedge die eind 1975 terug was gekeerd naar Kopan hem hielp. Echter, de last van het betalen voor het gebouw, evenals voor het renoveren en repareren van het gebouw, werd gedragen door diegenen die in Manjoeshri Instituut woonden.

Eind 1976 verzocht Lama Yeshe Kyabje Trijang Rinpoche om Geshe Kelsang Gyatso te vragen om naar Manjoeshri Instituut te gaan om les te geven. Kyabje Trijang Rinpoche adviseerde dat Geshe Kelsang Lamrim, Chandrakirti’s Gids tot de Middenweg en Shantideva’s Gids tot de Levenswijze van een Bodhisattva zou onderwijzen en om dan na te gaan of het gepast was om te blijven. Geshe Kelsang kwam eind augustus 1977 aan in Manjoeshri Instituut en werd de eerste Residentiële Leraar van Manjoeshri Instituut. In 1978 stichtte Geshe Kelsang Madhyamaka Centrum in York, Engeland. Omdat hij dit deed zonder Lama Yeshe’s ‘toestemming’, schreef Lama Yeshe aan Geshe Kelsang met het verzoek dat hij ontslag zou nemen als Residentiële Leraar van Manjoeshri Instituut. Geshe Kelsang ontving deze brief via Harvey Horrocks die toen de Directeur was van Manjoeshri Instituut.

Omdat hij geen problemen wenste te veroorzaken, accepteerde Geshe Kelsang het. Zijn persoonlijk plan was om tijdelijk naar India te gaan en vervolgens terug te keren naar Madhyamaka Centrum. Toen hij hoorde dat Geshe Kelsang Manjoeshri Instituut zou verlaten, belde Geshe Rabten – een zeer gerespecteerde boeddhistische leraar in het Tharpa Choeling Boeddhistische Centrum in Zwitserland - hem op en vroeg hem om eerst voor drie maanden naar Tharpa Choeling te gaan en om Dharmakirti’s Commentaar op Geldig Kennen te onderwijzen en Geshe Kelsang accepteerde deze uitnodiging.

Kort voordat hij zou vertrekken naar India organiseerde Harvey Horrocks, Directeur van Manjoeshri Instituut, op een avond een gemeenschapsbijeenkomst en verklaarde dat Geshe Kelsang was gevraagd om terug te treden vanwege het openen van Madhyamaka Centrum en dat hij spoedig naar India zou vertrekken. De leden van de gemeenschap waren geschokt en zeiden tegen Lama Yeshe dat zij het gevoel hadden dat er niets verkeerd was aan het stichten van Madhyamaka Centrum door Geshe Kelsang, dat zij zich verheugden in het openen van een ander Dharmacentrum en dat zij wilden dat Geshe Kelsang voorgoed zou blijven.

De volgende dag organiseerde de gemeenschap zelf een vergadering en iedereen tekende een kaart waarin zij Geshe Kelsang verzochten om te blijven en zij zeiden dat zij verantwoordelijkheid zouden nemen voor het voorkomen van problemen tussen Manjoeshri Instituut en de FPMT. Vertegenwoordigers van de gemeenschap, inclusief Jonathan Landaw, bezochten Geshe Kelsang en gaven hem de brief van de gemeenschap en verzochten hem om te blijven.

Voor de bijeenkomsten van de gemeenschap had Geshe Kelsang besloten om stilletjes te vertrekken door naar India op vakantie te gaan en om dan niet terug te keren naar Manjoeshri Instituut. Maar na zoveel verzoeken om te blijven te hebben ontvangen, dacht hij na en besloot om tenminste tijdelijk te blijven. Hij had het gevoel dat er geen reden was om terug te treden omdat hij niets verkeerd had gedaan en omdat de gemeenschap oprecht wilde dat hij bleef. Hoewel deze beslissing tegen de wensen van Lama Yeshe was, was het duidelijk dat de gemeenschap van Manjoeshri Instituut een zuivere motivatie had om te willen dat Geshe Kelsang bleef.

Kort na deze gebeurtenissen maakte de FPMT (eerst vooral Peter Kedge, de voornaamste functionaris van de FPMT) plannen om Conishead Priory te verkopen om fondsen te werven voor zakenprojecten van de FPMT in Hong Kong. Later werd het duidelijk dat Lama Yeshe instemde met deze plannen.

In januari 1981 verliet Harvey Horrocks Manjoeshri Instituut aanvankelijk om retraite te doen in Nepal en benoemde Lama Yeshe Chip Rodarmor als de waarnemende Directeur. Eerst spande Chip zich in om het gebouw te verkopen, maar Geshe Kelsang moedigde hem geleidelijk aan om dit niet te doen. Op deze manier werd het verkopen van gebouw vertraagd ondanks dat Lama Yeshe en Peter Kedge voortdurend druk uitoefenden op Chip. Op een dag belde Lama Yeshe Chip op vanuit Hong Kong en vertelde hem om zijn taak uit te voeren en het gebouw te verkopen, anders had hij geen functie. Chip volgde Geshe Kelsang echter nauwgezet – maar omdat hij zijn positie in toenemende mate moeilijk vond, diende hij in januari 1983 zijn ontslag in bij Lama Yeshe en hij adviseerde dat Roy Tyson Directeur zou worden. Chip’s ontslag werd niet geaccepteerd maar, terwijl Chip zijn positie overwoog, kwam in mei 1983 Peter Kedge onaangekondigd aan om het over te nemen als Directeur.

Peter Kedge begon het Kantoor over te nemen, veranderde de bankrekeningen en maakte plannen om de managers van het Instituut te verwijderen. Hij vertelde Geshe Kelsang dat hij en zijn studenten mogelijk binnen zes maanden zouden moeten vertrekken omdat hij het gebouw ging verkopen. De managers van het Instituut – toen de Priory Groep genoemd – verzochten Geshe Kelsang om hulp en hij accepteerde dit. Geshe Kelsang en de Priory Groep schreven aan Peter Kedge dat zij weigerden om hem te accepteren als Directeur en zij maakte hun wens duidelijk dat Manjoeshri Instituut zich formeel zou afscheiden van de FPMT. Een vergadering werd belegd en de gemeenschap werd gevraagd om te stemmen over twee voorstellen: (1) dat Manjoeshri Instituut zich volledig van de FPMT zou afscheiden en (2) dat Roy Tyson zou blijven als de Directeur van Manjoeshri Instituut. Van diegenen die tekenden, stemden vierenveertig mensen ‘ja’ op beide voorstellen (dit aantal omvatte niet de Priory Groep van acht leden); elf onthielden zich en twee stemden ‘nee’.

Na deze bijeenkomst schreef de Priory Groep aan Peter Kedge om hem te vertellen dat hij moest vertrekken voor een bepaalde deadline of dat de politie zou worden gebeld om hem te verwijderen. Peter Kedge vertrok vervolgens. Helaas was dit een teleurstelling voor Lama Yeshe.

Nadat Peter Kedge was vertrokken, richtte de Priory Groep twee verzoeken tot Lama Yeshe: (1) om de constitutie van Manjoeshri Instituut te veranderen zodat het toebehoorde aan het publiek en niet aan vier privé-individuen en (2) dat hij in dit leven en leven na leven voortdurend zou aanblijven als de Spirituele Directeur en Spirituele Gids van Manjoeshri Instituut. Brieven die werden ontvangen van Lama Yeshe toonden aan dat hij ongelukkig was over Manjoeshri Instituut. Hij uitte voornamelijk zijn ongenoegen en stemde niet in met de verandering van de constitutie.

Lama Yeshe zegde zijn zomerbezoek aan Manjoeshri Instituut af, dus zond de gemeenschap twee vertegenwoordigers – Chip Rodarmor en Geshe Kelsang’s vertaler Tenzin Norbu die een vriend was van Lama Yeshe – samen met uitgebreide offeranden om Lama Yeshe te ontmoeten in Amerika. Zij hadden een korte ontmoeting met Lama Yeshe en werden gevraagd om twee dagen later terug te keren. Toen zij terugkeerden werd hen verteld dat Lama Yeshe te druk was om hen te zien, maar dat Lama voor hen een bericht op cassette had achtergelaten. Zij luisterden naar het opgenomen bericht en lieten later een opgenomen antwoord achter. Dit maakt duidelijk dat de gemeenschap nooit tegen Lama Yeshe was en dat zij hem verzochten om die zomer naar Manjoeshri Instituut te komen om lezingen te geven en dat zij hem vroegen om niet te luisteren naar de negatieve dingen die Peter Kedge had gezegd over Manjoeshri Instituut. In feite keerden zij met lege handen terug uit Amerika.

Aan de ene kant was de gemeenschap van Manjoeshri Instituut niet blij om Lama Yeshe te ontrieven, maar aan de andere kant wilden zij het centrum redden en afscheiden van de FPMT. Er waren voortdurende discussies over hoe het probleem op te lossen en tenslotte besloot de Priory Groep om stappen te ondernemen om Manjoeshri Instituut af te scheiden van de FPMT. Er waren drie voornaamste redenen om dit te doen:

1) FPMT managers hadden ernstige illegale handelingen uitgevoerd wat publiekelijk bekend was onder veel mensen in Dharmacentra;

2) FPMT managers wilden het gebouw van Manjoeshri Instituut verkopen; en 

3) hoewel volgens zijn constitutie wettelijk alles van het Centrum toebehoorde aan slechts vier mensen, werd in werkelijkheid al het werk om het Centrum te ontwikkelen door de gemeenschap gedaan en niet door deze vier.

The Priory Groep schreef veel brieven aan de FPMT-managers, vooral aan Peter Kedge; maar de verzoeken om van de FPMT af te scheiden werden voortdurend geweigerd. De Priory Groep begon vervolgens juridische stappen voor te bereiden tegen de FPMT-managers. Toen de FPMT-managers zich realiseerden dat deze juridische stappen werden voorbereid, verzochten zij het Kantoor van de dalai lama om bemiddelaars te sturen om te helpen het probleem op te lossen.

Aan het begin van 1984 zond het Kantoor van de dalai lama twee vertegenwoordigers en bijeenkomsten werden gehouden, eerst in Manjoeshri Instituut. Hun eerste voorstel was dat Lama Yeshe onmiddellijk zou terugtreden en dat Geshe Kelsang na drie jaar zou terugtreden. Dit werd afgewezen door Manjoeshri Instituut dat noch Lama Yeshe noch Geshe Kelsang wilde opgeven. Verschillende voorstellen werden bediscussieerd, maar er werden geen conclusies bereikt.

Vervolgens waren er in het Londen Manjoeshri Centrum twee dagen van bijeenkomsten (13 en 14 februari 1984) met de twee vertegenwoordigers van de dalai lama, Peter Kedge en Harvey Horrocks als vertegenwoordigers van de FPMT, Geshe Kelsang, de Priory Groep en twee vertegenwoordigers van de Manjoeshri-gemeenschap. Aan het begin was er geen vooruitgang, maar toen de Priory Groep uitlegde over de mogelijkheid van juridische stappen die de betrokkenheid van de FPMT bij illegale activiteiten (waaronder het smokkelen van drugs) aan het licht zou brengen, accepteerden de vertegenwoordigers van de FPMT de afscheiding. Met de vertegenwoordigers van de dalai lama bereikten beide kanten een vreedzame overeenkomst om een nieuwe constitutie te formuleren opdat Manjoeshri Instituut het eigendom van het publiek zou worden. Een wettelijk bindende overeenkomst werd opgesteld die werd getekend door de vertegenwoordigers van de FPMT, Geshe Kelsang, de Priory Groep en de gemeenschapsvertegenwoordigers.

Een ander deel van de overeenkomst was om te bevestigen dat Lama Yeshe de Spirituele Directeur van Manjoeshri Centrum was. De gemeenschap wilde niet afscheiden van Lama Yeshe, alleen afscheiden van de FPMT.

Triest genoeg stierf Lama Yeshe kort nadat deze overeenkomst werd opgesteld. Na twee jaar van discussie over of er een nieuwe Spirituele Directeur zou moeten zijn om Lama Yeshe te vervangen, werden in oktober 1985 vier nieuwe Trustee’s van Manjoeshri Instituut aangesteld, twee gekozen door de FPMT en twee door Manjoeshri Instituut. Een nieuwe constitutie werd geformuleerd en tenslotte werd in mei 1992 een nieuwe liefdadigheidsinstelling Manjoeshri Mahayana Boeddhistisch Centrum geïncorporeerd die volledig onafhankelijk was van de FPMT. Manjoeshri Instituut hevelde vervolgens al zijn activa over naar de nieuwe liefdadigheidsinstelling en loste op.